Let op! Geld lenen kost geld

Ribank

Consument Partner
Riflex

Riflex is een doorlopend krediet met flexibele mogelijkheden: 

  • betaling van de eerste termijn na 30 dagen
  • geschikt voor nieuwe en gebruikte auto’s en motoren
  • maandtermijn makkelijk te berekenen (2% van de kredietlimiet)
  • flexibel extra aflossen en opnemen

U hebt de mogelijkheid om desgewenst pas te beginnen met aflossen en betalen na 30 dagen. Wat u hebt afgelost kan naar behoefte ook weer worden opgenomen (met een minimum van € 100) tot de kredietlimiet, volgens de afgesproken voorwaarden. Over het uitstaande saldo betaalt u maandelijks rente en aflossing. Uw maandtermijn bedraagt 2% van de kredietlimiet. De duur van de kredietovereenkomst is onder andere afhankelijk van tussentijdse opnames, extra aflossingen, tijdige betalingen en rente.

Geschikt voor:

  • Klanten met een regelmatig terugkerende geldbehoefte
  • Klanten die voor een korte periode flexibiliteit wensen
  • Klanten die minimaal 18 en maximaal 60 jaar oud zijn


Minder geschikt voor:

  • Klanten die op zoek zijn naar zekerheid: een vaste looptijd en een vaste rente

Toelichting op variabele rente

Voor een doorlopend krediet betaalt u een variabele rente. Uw rente bestaat uit verschillende onderdelen:

  • Fundingkosten: de kosten die wij aan onze geldverstrekkers betalen. Hiermee kunnen wij het geld inkopen dat wij aan u uitlenen.  
  •  Risicokosten: de kosten die wij maken om het kredietrisico af te dekken. Dit is het risico dat wij lopen dat klanten ons niet terugbetalen. De hoogte van dit risico verschilt per klant en is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de looptijd van uw lening, het geleende bedrag en de sector waarin u werkt.
  • Winstopslag: de vergoeding voor onze moedermaatschappij (Crédit Agricole Groep). Deze vergoeding zijn wij aan hen verschuldigd voor het ter beschikking stellen van kapitaal.
  •  Onze kosten voor bedrijfsvoering (onder andere personeelskosten, IT-kosten en de vergoeding voor uw tussenpersoon).

Als een van deze onderdelen verandert, kunnen wij de rente wijzigen. De belangrijkste variabelen zijn de fundingkosten en de risico-opslag. Dit wordt hierna toegelicht.

Fundingkosten

Een doorlopend krediet is een flexibel type lening. Dat komt doordat u op ieder moment geld kunt opnemen (uiteraard tot de afgesproken kredietlimiet) of kunt aflossen. Het is zelfs mogelijk om uw doorlopend krediet op ieder gewenst moment kosteloos te beëindigen.

Het flexibele karakter van doorlopend kredieten leidt tot variabele fundingskosten. Dit betekent dat wij voor doorlopend kredieten steeds voor korte periodes geld moeten aantrekken op de geldmarkt. Dit brengt hogere kosten met zich mee.

De hoogte van de fundingkosten die u betaalt, is met name afhankelijk van twee factoren:

  • de basisrente op de geldmarkt
  • de liquiditeitsopslag

Wij trekken gelden aan op de interbancaire geldmarkt. Naast een basisrente (een gewogen gemiddelde van de één-, twee- en driemaands Euribor-tarieven) betalen wij voor deze gelden ook een liquiditeitsopslag. Deze liquiditeitsopslag is hoger voor leningen van lage kwaliteit dan voor die van gemiddelde of hoge kwaliteit.

Hoe hoger de basisrente of de liquiditeitsopslag, hoe hoger onze fundingkosten zijn. Een stijging van de fundingkosten betekent dus ook dat de rente voor uw lening toeneemt. En andersom: hoe lager de basisrente of de liquiditeitsopslag, hoe lager onze fundingkosten en hoe lager de rente voor uw lening is.

Risico-opslag

De risico-opslag die wij aan u in rekening brengen, is afhankelijk van het kredietrisico dat wij lopen bij het verstrekken van een lening. Voor de beoordeling van het kredietrisico zijn onder meer uw persoonlijke financiële situatie en uw gezinssituatie van belang. Op basis hiervan wordt u op het moment van de kredietaanvraag ingedeeld in een bepaalde klasse op basis van het risico dat wij lopen dat u uw lening niet zou terugbetalen. Daarnaast is de hoogte van de risico-opslag afhankelijk van de hoogte van de verstrekte lening.

Hoe heeft de rente zich in het verleden ontwikkeld?

Tussen begin 2006 en najaar 2008 liepen de een-, twee- en driemaands Euribor-tarieven sterk op. Door de verhoging van de basisrente op de geldmarkt moesten wij de rente op onze leningen enkele keren verhogen.

Vanaf december 2008 daalden de een-, twee- en driemaands Euribor-tarieven. Daardoor konden wij in 2009 onze variabele rente voor leningen verlagen. Tegelijkertijd gingen banken vanaf dat moment echter steeds hogere liquiditeitsopslagen in rekening brengen, gedwongen door de crisis. Deze liquiditeitsopslagen bedroegen eerder minder dan 0,5% en zijn in die tijd gestegen tot 1-2% met uitschieters naar 3-4%. Bovendien was vanaf medio 2010 sprake van een stijging van de Euribor-tarieven. Door deze ontwikkelingen moesten wij in die tijd onze variabele rentetarieven voor klanten verhogen.

In 2012 zette een daling van de een-, twee- en driemaands Euribor-tarieven in. Eind 2013 zijn de fundingkosten toegenomen doordat ons Franse moederbedrijf Crédit Agricole Group haar financiering verminderde en wij ook bij andere banken gelden aantrokken voor de financiering van onze doorlopend kredieten. De kosten van deze externe financiering waren hoger dan die van Crédit Agricole Group. Daarnaast ging Crédit Agricole Group begin 2014 haar fundingkosten op een andere manier doorbelasten, wat de funding voor ons duurder maakte.

Vanaf 2014 zijn de totale fundingkosten licht gedaald. De een-, twee- en driemaands Euribor-tarieven hebben naar verwachting het laagste niveau bereikt. De liquiditeitsopslagen zijn stabiel (1 tot 1,5%).